Wikia



Minnaars tranen aan het graf van de bemindeEdit

Scipione Agnelli, Sestina, Lagrime d’Amante al Sepolcro dell’Amata

Tot as geworden resten! wrede tombe
die voor mijn zon werd tot haar aardse hemel!
O wee! ik kom u leggen in de aarde!
Mijn hart ligt met u in die marmerboezem.
Bij dag, bij nacht kwelt zich, in vuur, in tranen,
in woede, in verdriet, vertwijfeld, Glauco.

Zeg het rivieren, zeg het, u, die Glauco
zijn rouwbeklag zag doen over haar tombe,
verlaten velden, nimfen, droeve hemel!
Leed is me voedsel, en ik drink slechts tranen.
Gelukkig graf, laat bed zijn mij uw boezem,
nu mijn geliefde rust in koude aarde.

Laat zon bij nacht licht schenken aan de aarde,
bij dag de maan, maar dag en nacht zal Glauco
het liefdesnest, de diepbeminde boezem,
vereren, onder deze wrede tombe.
Niet enkel zullen zuchten haar en tranen
plengen de wilde dieren en de hemel.

Maar als uw plaats bereid is in de hemel,
mijn lieve nimf: verweduwd blijft de aarde,
het woud verlaten, en een stroom van tranen.
Nimfen van bos en dal omringen Glauco,
en klagen zoals hij klaagt, bij de tombe,
hun rouwbeklag om haar beminde boezem.

Lokken van goud, o wee, sneeuwwitte boezem,
o lelievingers, die de wrede hemel
ons afnam door het sluiten van de tombe,
waar zijn jullie verborgen? Arme aarde,
die schoonheids schoonste bloem, de zon van Glauco,
verbergen moet! O, muzen, pleng uw tranen!

Beminde resten, zou geen zee van tranen
vergoten moeten worden aan de boezem
van deze koude steen? Ontdaan laat Glauco
de zee weerklinken en de koude hemel:
"Corinna, o Corinna!" kermen aarde
en wind voortdurend, "dood, o dood! o tombe!"

Wijk nu voor tranen,
o woorden! Lieve boezem,
rust nu, rust in de hemel!
Rust wenst u Glauco,
rust, een vereerde tombe,
gewijde aarde!



Terug naar de Hoofdpagina