Wikia


Kleine Weense walsEdit


Federico Garcia Lorca, Pequeño vals vienes
Voor Leonard Cohen die het gedicht tot leven bracht

In Wenen heb je tien meisjes,
een schouder waarop de dood treurt
en een bos gedroogde duiven.
Je hebt er een stuk van de morgen
in het museum van de kou.
Je hebt er een danszaal met duizend ramen.

Ai aiaiai!
Voor jou deze wals met zijn mond dicht,
deze wals, deze wals, deze wals,
over zichzelf, over dood en cognac,
deze wals met zijn staart in de zee.

Ik wil je, ik wil je, ik wil je,
met de leunstoel en het dode boek,
door de melancholieke hal,
tot in het donkere hart van de lelie,
tot in ons bed vol maan, tot in
de dans die de schildpad droomt.

Ai aiaiai!
Voor jou deze wals met de gebroken taille.

In Wenen heb je vier spiegels
waar je mond met zijn echo’s weerschijnt.
Je hebt er een dood voor piano
die de jongens blauw heeft geverfd.
Je hebt er bedelaars op de daken.
Je hebt er verse guirlandes van tranen.

Ai aiaiai!
Voor jou deze wals die sterft in mijn armen.

Want ik wil je, ik wil je, mijn lief,
op de zolder waar de kinderen spelen,
in een droom van Hongaarse lantaarns
door het rumoer van de warme middag,
en ik zie schapen en lelies van sneeuw
in de duistere stilte boven je ogen.

Ai aiaiai!
Voor jou deze wals van ‘ik wil je voor altijd’.
Deze wals, deze wals, deze wals,
over zichzelf, over dood en cognac,
deze wals met zijn staart in de zee.

In Wenen zal ik met je dansen
in een kostuum
vermomd als rivier.
Kijk wat een hyacinten op mijn oever!
Ik zal mijn mond tussen je benen leggen,
mijn ziel in foto’s en lelies,
en als je loopt, in je duistere golven,
wil ik, mijn liefste, mijn liefste, leggen
viool en graf, de linten van de wals.


Terug naar de Hoofdpagina

Verder naar Leonard Cohen